De taken van de BMA

De Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) is een onafhankelijke administratieve instantie die bijdraagt tot het definiëren en toepassen van een mededingingsbeleid in België. Concreet vervolgt de BMA mededingingsbeperkende praktijken, zoals kartels en misbruiken van machtspositie, en ziet toe op de voornaamste fusies en overnames. De BMA werkt samen met de mededingingsautoriteiten van de Lidstaten van de Europese Unie en de Europese Commissie binnen het Europees Mededingingsnetwerk (ECN).

De structuur van de BMA

De Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) begon zijn activiteiten als autonome administratieve autoriteit met rechtspersoonlijkheid op 6 september 2013. Zij heeft de volgende structuur:

De BMA wordt geleid door een Directiecomité. Het Directiecomité is onder meer belast met het dagelijks bestuur van de instelling, het vaststellen van de beleidsprioriteiten en het opstellen van richtsnoeren met betrekking tot de toepassing van de mededingingsregels.


Het is samengesteld uit de voorzitter, professor emeritus Dr. Jacques Steenbergen, de Auditeur-generaal, Mevrouw Véronique Thirion, evenals Dr. Alexis Walckiers, Directeur economische studies, en de heer Joachim Marchandise, Directeur juridische studies.

De BMA is samengesteld uit een onderzoeksorgaan (het Auditoraat) en een beslissingsorgaan (Mededingingscollege).

De voorzitter van de BMA leidt het Mededingingscollege. Het Mededingingscollege is per zaak samengesteld uit de voorzitter en twee assessoren, aangewezen in alfabetische volgorde volgens hun taalrol.

De assessoren zijn, per taalrol:

David Szafran, assessor ondervoorzitter (FR),
Caroline Cauffman, Wouter Devroe, Frank Naert, Gerben Pauwels, René Smits, Peggy Valcke, Freddy Van den Spiegel, Yves van Gerven, Carmen Verdonck, Chris Verleye (NL).
Pierre Battard, Laurent De Muyter, Alexandre de Streel, Martin Favart, Charles Gheur, Olivier Gutt, Christian Huveneers, Nicolas Petit, Elisabeth van Hecke-de Ghellinck (FR).

Het Auditoraat staat onder leiding van de Auditeur-generaal. Voor elk geopend onderzoeksdossier wordt een team, samengesteld uit personeelsleden van het Auditoraat, aangesteld en onder leiding van een auditeur geplaatst die de dagelijkse leiding van het onderzoek op zich neemt. Op verzoek van de Auditeur-generaal verrichten de personeelsleden van het Auditoraat ook opzoekwerk en analyseren zij informele klachten die mogelijk tot onderzoeksdossiers kunnen leiden.

De bevoegdheden van de BMA

De Belgische Mededingingsautoriteit vervolgt restrictieve mededingingspraktijken in België. Zij grijpt in op eigen initiatief of op verzoek van klagers zodra er op een markt sprake is van concurrentievervalsing, ongeacht de activiteit of de status – privé of publiek – van de marktdeelnemers.

De Belgische Mededingingsautoriteit kan voorlopige maatregelen nemen in geval van urgentie,  dwangbevelen uitspreken en dwangsommen opleggen, alsook verbintenissen aanvaarden in het kader van het onderzoek ten gronde.

Zij staat ook in voor de voorafgaande controle op concentraties die de omzetdrempels bereiken.

Parallel met deze taken en bevoegdheden in het kader van concentraties en restrictieve mededingingspraktijken streeft de Belgische Mededingingsautoriteit naar een beter begrip van het mededingingsrecht in België, meer bepaald door middel van:

  • parlementaire vragen;
  • door advies te verstrekken over regelgevende initiatieven;
  • door bij te dragen tot de voorbereiding van de Belgische regelgeving op het vlak van de mededinging;
  • door zijn medewerking te verlenen aan externe onderzoeken;
  • door deel te nemen aan vergaderingen van de Mededingingscommissie.

De Voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit regelt bovendien op informele wijze problemen en geschillen in verband met de toepassing van de mededingingsregels in zaken waarin  geen formeel onderzoek is geopend (art. IV.20, §1 2° WER).

De Belgische Mededingingsautoriteit is niet bevoegd inzake oneerlijke concurrentie en handelingen die in strijd zijn met eerlijke handelspraktijken zoals bijvoorbeeld verkoop met verlies, uitverkoop, openbare verkopen, vergelijkende reclame, op afstand gesloten overeenkomsten, liquidaties, praktijken bedoeld in Boek VI van het WER, Marktpraktijken en consumentenbescherming. Deze zaken vallen onder de bevoegdheid van een gewone rechter.

De prioriteiten van de BMA

Het Directiecomité bepaalt de modaliteiten voor de uitvoering van het mededingingsbeleid en de prioriteiten. Deze worden jaarlijks gepubliceerd.

De formele procedures gericht op de vervolging van inbreuken vormen de harde kern van de instrumenten waarover de BMA beschikt om ontradend op te treden. Met het oog op een optimaal gebruik van haar middelen zal zij haar interventies concentreren op die zaken waar het verwachte positieve effect van haar acties het grootst is, maar ze tracht hierbij het goede evenwicht te vinden:

  • tussen relatief eenvoudige zaken waarbij de meest evidente inbreuken worden vervolgd, en de meer complexe of innoverende zaken met een meerwaarde voor de rechtspraak;
  • tussen de kartelafspraken, de verticale restricties en de misbruiken van machtspositie;
  • tussen de zaken die toelaten om binnen een relatief korte periode te worden afgerond en de zaken die een langere onderzoekstermijn behoeven;
  • tussen verschillende economische sectoren, teneinde een evenwicht te garanderen tussen strategische sectoren met een macro-economisch belang en andere sectoren, waarop het mededingingsrecht eveneens van toepassing is.

Zoals ook bij andere mededingingsautoriteiten het geval is, houdt de BMA rekening met 4 factoren om het belang van een zaak in te schatten:

 

  • Impact—De autoriteit zal een evaluatie maken van de directe schade die het aangeklaagde gedrag heeft veroorzaakt in de betrokken sector, niet alleen wat betreft de gehanteerde prijs, maar eveneens inzake het effect op de kwaliteit van het product of de dienstverlening aan de consument. Ze zal ook rekening houden met diverse indirecte effecten, zoals het ontradend effect op andere inbreuken in aanverwante sectoren, en het effect op de waardeketen wanneer het aangeklaagde gedrag een impact heeft op de werking ervan.
  • Strategisch belang—Een onderzoek opstarten ivm een vermeende inbreuk kan voor de BMA van strategisch belang zijn wanneer zij de sector, waar de inbreuk is gepleegd, als prioritair beschouwt, of wanneer ze een interpretatie van de wet wil verduidelijken en de zaak een precedentswaarde kan hebben. Wanneer de autoriteit echter vaststelt dat andere instellingen beter geplaatst zijn om het specifiek probleem te behandelen, dan zal het strategisch belang ervan minder groot zijn.
  • Risico’s—De BMA zal minder geneigd zijn om middelen in te zetten ten behoeve van het onderzoek van een inbreuk wanneer het risico reëel is dat het onderzoek geen nuttig resultaat zal opleveren.
  • Middelen—De BMA zal eveneens rekening houden met de middelen die noodzakelijk zijn om een onderzoek op te starten of om een onderzoek verder te zetten, en dit zal bepalend zijn voor het vastleggen van de kalender van de onderzoeken.

Internationale samenwerking

De Belgische Mededingingsautoriteit werkt samen met de andere mededingingsautoriteiten binnen het European Competition Network (ECN), de European Competition Authorities (ECA) en het International Competition Network (ICN).

Deze samenwerking heeft in de eerste plaats betrekking op de inbreukprocedures en concentraties die worden besproken binnen de Europese adviescomités (Verordeningen (EG) 1/2003 en 139/2004) en de Belgische inbreng in de diverse werkgroepen van het ECN.

De BMA neemt ook deel aan de activiteiten van het Mededingingscomité van de OESO (waarvan de voorzitter van de BMA lid is van het bureau), de ECA (European Competition Authorities) en de ICN (International Competition Network). De samenwerking gaat verder dan deze geïnstitutionaliseerde contacten. Zo zijn er bijvoorbeeld geregeld contacten tussen de ‘Chief economists’.